De vader van het obstakel
- Daniël Op de Beeck

- 8 uur geleden
- 4 minuten om te lezen
[...]
‘Je zoon komt me voor als een uitdagend project, een case. Denk je dat hij zich nog eens grondig wil laten onderzoeken? Oók pro Deo.’
‘Velen zijn je vruchteloos voorgegaan. De onderzoeksters raken uitgeput. Er zijn geen kandidaturen meer. Dat zegt wat.’
[...]

‘Ik kom naast je zitten, als je dat goedvindt,’ zegt de man beleefd.
‘De plaats is vrij,’ antwoordt de vrouw zonder op te kijken.
‘Ik vraag het maar. Een jonge vrouw gaat al snel wat denken.’
‘Het is de enige bank in het park. Ik zou een oudere man niet vragen op het gras te gaan zitten.’
‘Dan geraakt hij niet meer overeind, hoor ik je denken.’
‘Heb je kinderen?’
‘Ha! Elegant een glas water in mijn nek! Je vraagt of ik geen vróúw heb. Om thuis naast te gaan zitten. Wel, die had ik, maar ze is overleden. En ik heb een kind, een zoon. Ongeveer jouw leeftijd, denk ik.’
‘Mijn leeftijd?’
‘Dertig?’
‘Zomaar, zonder veiligheidsmarge?’
‘Draai je eens naar mij. Nee, echt. Dertig, hooguit.’
‘Vijfendertig. Je verdient je plek op de bank. Wat doet je zoon in het leven? Je vindt het toch niet erg dat ik nu naar hém vraag?’
‘Helemaal niet. Iets met drie Engelse woorden erin, dát is hij geworden. Associate is erbij en daar is hij erg blij om.’
‘En wat doet zo iemand?’
‘Hij heeft me een beschrijving gegeven maar die moet ik nog uit het hoofd leren. En wat doe jij? Wacht, laat me raden. Een beroep waarvoor je maar best mooi bent. Tjaa, ik zeg maar wat ik zie.’
‘En, is hij knap, je zoon? Een associate met bijhorende competitive looks?’
‘Als ik afga op de spontane, prachtige aanbiedingen die ik zag passeren, geloof ik dat zijn marktwaarde hoog ligt.’
‘Een beursgang op de liefdesmarkt, wow.’
‘Dat gaat dikwijls zo, in die sector. Van vader op zoon.’
‘En ik neem aan dat hij ook nog virtuoos pianospeelt. En schildert of schrijft. En ontroerend vrijwilligerswerk doet.’
‘Schilderen niet.’
‘Nee, en de rest wel, of wat?’
‘Pianospelen eigenlijk ook niet, maar wel cello. Als kind had hij al zo’n klein cellootje, niet veel meer dan een staande viool. Alle tantes in zwijm, dat kan je je voorstellen. Dat muzikale, mag ik zeggen, dat heeft hij van mij. Het schrijven is uit de lucht komen vallen.
‘Schrijven?’
‘Ja, hoe zal dat heten, poëtisch proza of zoiets? Korte romans, verhalen tussen dag en droom. Voor proevende lezers.’
‘Bestaat die zoon van jou wel? Een associate hunk die cello speelt en lyrisch schrijft. Redelijk schizofreen.’
‘Ja, ikzelf ben eenvoudiger om uit te leggen. Maar ik weet niet of ...’
‘En worden zijn romans uitgegeven?’
‘Nee, zijn literair talent wordt bedolven onder het gewicht van zijn zelfkritiek. Zijn vriendinnen zijn er kwaad om.’
‘Een intieme fanclub.’
‘Tja, niet alleen zijn tantes zwijmelen. Maar zeg nu eens wat jij doet met je leven. Ik was begonnen met raden. Een woordvoerster? De publieke opinie masseren met présence? Kritische vragen wegwerken met een stralende glimlach?’‘En zijn vrijwilligerswerk?’
‘Hij houdt een aantal mensen op de pedalen. Met boodschappenlijstjes en budgetplanning. En af en toe met een moersleutel en een tang. En vooral met oneindige achterkeukengesprekken. Allemaal pro Deo. Onze emo associate!’
‘Een designerman! Een full option model. Onbestaand en onbetaalbaar. Ik ben er zeker van dat hij nog vrij is. Geen vrouw die gelooft dat zoiets van deze wereld is.’
‘Helemaal juist. Zijn relaties springen af op een vreemd ongeloof. Net zoals de mijne.’
‘Je zoon komt me voor als een uitdagend project, een case. Denk je dat hij zich nog eens grondig wil laten onderzoeken? Oók pro Deo.’
‘Velen zijn je vruchteloos voorgegaan. De onderzoeksters raken uitgeput. Er zijn geen kandidaturen meer. Dat zegt wat.’
‘Ik bied je steekpenningen aan. Stel me voor.’
‘Ik geloof niet dat je zijn type bent.’
‘Ik ben alle denkbare types. Klei in elke vorm. Zeg me wat hij wil en ik zal het zijn.’
‘Jongedame! Mijn zoon is geen prins en geen magnaat. Hij is een geweldige kerel, maar zo zijn er veel. Iemand als jij kan kiezen uit alles wat er rondloopt.’
‘Heb je geen foto?’
‘Kijk, daar begint het al: de case study wordt voorwaardelijk. Maar je lijkt het wel te menen.’
‘Ik wil hem leren kennen.’
‘Je koopt een kat in een zak. Maar goed, als je zeker bent.’
‘Meen je het? Ik teken meteen het contract.’
‘Contracten werken in twee richtingen.’
‘Kleine lettertjes?’
‘Te laat, ik beschouw de handtekening als gezet. Hij zit in een rolstoel. Een full option man met wielen.’
‘Wat? Waarom zeg je dat nu pas?’
‘Oh, maar hij is volledig zelfstandig. Hij heeft geen moment hulp nodig. Als het moet, kan hij zelfs even rechtop staan. Hij speelt cello. Hij doet vrijwilligerswerk. Iedereen vindt hem formidabel. Dat heb ik je toch gezegd?’
‘Toch is het een belangrijk gegeven. Dat weet je zelf goed genoeg. Ik vind het niet helemaal eerlijk.Hoe is het gekomen? Is hij zo geboren?’
‘Nee, een verkeersongeluk. Hij is aangereden.’
‘Lang geleden?’
‘Een jaar en drie maanden. Een geval van vluchtmisdrijf. Nadien in twijfel getrokken.’
‘In twijfel getrokken …’
‘Door een advocaat die een dorpsgek maakt van de getuige.’
‘Wát ..? Ik begrijp niet …’
‘De rechtszaak, ik was er kapot van. Voor de aanrijding kwam een verkeersdeskundige aan het woord, heel technisch. De vlucht werd gekaderd door een psycholoog en anders benoemd. Mijn zoon leek er uit te komen als een obstakel op de weg.’
‘Maar … ik heb je daar nooit gezien.’
‘Ik zat in de rechtszaal, een beetje aan de zijkant. Maar jij zat vooraan, … juffrouw Vleugels. Hoe cynisch kan een naam zijn.’
‘Wat je doet is pervers. God … Ik … Wat is dit?’
‘Het is me nergens om te doen. Ik wou alleen maar dat je vijf minuten luisterde, zodat je weet waar je tegenaan bent gereden. Want daar is men tijdens het proces heel kort over geweest. Veel meer dan zijn naam en leeftijd is er niet verteld.’
‘Ik ga nu weg … weg … weg …’
‘Je trekt je kandidatuur in?’
