top of page
Zoeken

Roze horentjes

Foto van schrijver: Daniël Op de Beeck
Daniël Op de Beeck
23 aug
7 minuten om te lezen

Bijgewerkt op: 27 aug


Vroeger werd de stier naar de koe geleid en volgde het beest zijn natuurlijke aandrang. De koe liet het gebeuren, want ook zij was er klaar voor en bood geen weerstand. Soms werden de voorste hoeven van de stier met vodden omwikkeld om de koe niet te verwonden bij het bestijgen. En met een ring door de neus kon men het reusachtige beest in bedwang houden als het halfgek werd.

Tegenwoordig bracht een man een buisje met stierenzaad naar de boerderij. Het kwam van een gespecialiseerd bedrijf waar stieren nagemaakte koeien met kunstmatige vagina’s bestegen. De opbrengst werd er opgedeeld in dosissen, van een etiket voorzien en ingevroren. Op bestelling werd het ontdooid en naar de boerderij met tochtige koeien gebracht.

Armand hield al meer dan zestig jaar koeien en heren met ontdooide buisjes kwamen bij hem niet op het erf. Hij was een man van dorpsfanfares en cafébezoek na de zondagse mis. Armand hield van hoe het vroeger was, van hoe zijn vader het hem had geleerd. Speciale dagen waren heilig voor hem en het dekken van een koe hoorde daar zeker bij.

Zijn vriend André was net zo. Samen kaarten na de mis en praten over vroeger. Daarna samen met de fiets naar huis, André naar zijn vrouw en Armand naar zijn koeien. André had ook een volwassen stier, een kolossaal beest dat al jaren op stal stond. Voor fokstieren was dat niet vreemd omdat ze waardevol waren en dikwijls ook gevaarlijk.

De stier van André was de vaste dekker van Armands koeien. Eén keer per jaar mocht het beest bij de buren op bezoek om nieuw leven te verwekken. Armand betaalde André voor de diensten van Jean-Louis, zoals ze de stier noemden, tot de koe drachtig was. Meestal volstond één bezoek wat André altijd fier maakte.

Ieder jaar kwam Amélie kijken als het nieuwe kalfje er was. De kleindochter van Armand bedacht dan een naam voor het babykoetje en vertroetelde het elke keer ze op bezoek kwam. Ze koos altijd een bloemennaam en na Daisy, Jasmine en Violet zou het beestje van dit jaar Lily-Rose heten. Zo’n dubbele naam vond Amélie wel chic en algauw noemde ze het kalfje prinses.

Van opa Armand had ze toestemming gekregen om na enkele maanden de kleine horentjes roze te verven. Sinds de dood van zijn vrouw was hij weekhartig geworden en kreeg Amélie alles wat ze vroeg. De hoefjes roze verven wilde ze ook, maar dat bleek lastig. De speelgoedroze horentjes stonden grappig op het witte kalfskopje en gelijk ook ontroerend.

Algauw zag opa Armand het probleem. Lily-Rose werd groter en nog steeds werden haar horentjes gelakt. Bij elk bezoekje had Amélie een ander kleurtje bij. Ze had een gamma van varkensroze tot fuchsia en soms mengde ze er ook goud doorheen. De kleindochter bracht ook weleens een vriendinnetje mee om prinses Lily-Rose te bewonderen.

Armand zag de dag naderen dat de slachter op bezoek kwam. De oude boer kweekte al zijn hele leven kalveren voor hun zachte vlees en hun zalige zwezerik. Het levenseinde van Lily-Rose kwam hiermee in zicht. De prinses zou naar de slachterij worden gebracht en de kleindochter zou overstuur achterblijven.

Bij haar laatste bezoek begon Armand er voorzichtig over, ook al wist hij dat het altijd bot zou overkomen. Een slachthuis was een gruwelhuis, zachte woorden bestonden er niet voor. Om het kalf te verdoven werd een slagpen in de schedel geschoten. Dan sneed men de halsslagader door om het dier te laten doodbloeden. Het kadaver werd aan een achterpoot opgetakeld en wat verderop gestroopt. Daarna haalde men de ingewanden eruit en werd het het karkas in tweeën gezaagd. Dat was wat er met prinses Lily-Rose zou gebeuren en roze horentjes zouden daar niets aan veranderen.

‘Er is niet de minste pijn,’ begon opa Armand.

‘Dat weet jij niet,’ was het te verwachten antwoord. ‘Jij bent geen kalf.’ Het klonk ongetwijfeld brutaler dan ze bedoelde.

‘Een dier heeft ook geen enkel besef van wat er gaat gebeuren.’

‘Er wordt gezegd dat ze de dood ruiken.’ Dat had ze duidelijk ergens gelezen.

‘Het is zoals het gaat, Amélie. Al sinds het eerste dier op aarde. Er is komen en er is gaan. Dat houdt niemand tegen.’ Armand hoorde zichzelf in de verdediging gaan.

‘Het is kindermoord,’ zei Amélie ernstig. Opa zuchtte. Hij wist dat dit ooit zou komen, met een kleindochter in haar roze levensfase. ‘Ik koop haar. Ik weet wat een kalfje kost.’

‘Voor je het weet zit je met een oude koe. Met grote roze horens,’ grinnikte opa. ‘En weet je wel hoeveel een grote koe eet, elke dag?’

‘Ik vraag koeieneten als cadeau voor al mijn verjaardagen, sinterklaasdagen en nieuwjaren.’

‘Daar ga je er niet mee komen, meisje.’

‘De rest leg jij dan bij omdat je me zo graag ziet.’ Opa Armand trok verbaasd zijn wenkbrauwen op. Ze meende het, ze had een financieel plan. ‘Ik ben je enige kleinkind en het mag van mama’s erfenis af. Dat heeft ze gezegd.’

Zijn hele leven had Armand ingericht naar zuinigheid en nu werd hem gevraagd een luxekoe te houden. Zomaar, want ermee kweken zou zeker ook niet mogen. Hij hoorde het Amélie al zeggen: Lily-Rose mag geen slachtkalfje krijgen. Een koe houden uit liefde, zijn vader moest het horen.

‘Dat is weggegooid geld, Amélie.’ Armand kreeg er genoeg van.

‘Dat zei je ook altijd tegen oma. En nu is ze dood.’

Armand keek naar zijn kleindochter, ontzet over haar brutaliteit. Tien jaar geleden zou hij in razernij zijn uitgebarsten, nu stond hij rustig op en zei: ‘Ik ga melken.’ Stuurloos wandelde hij in de richting van de weide waar het melken nooit plaatsvond. Hij had Amélie wel kunnen slaan, maar tegelijk dacht hij aan Clementine, die vorig jaar onverwacht was gestorven.

Hij keek naar de lege weide terwijl hij de woorden van Amélie overdacht. Zo’n kind zegt niet zomaar wat. Was zijn leven gewoon een boekhouding geweest? Hij handelde in koeienlevens die hij voortijdig beëindigde voor het geld. Hij oogstte een orgaan dat alleen een kalf heeft. Een delicatesse die verschrompelt bij het ouder worden en dus tijdig uit het lijf moet.

Honderd kilogram eetbaar vlees haalde de slachter uit zo’n koetje. En die zwezerik als trofee, zo’n driehonderd gram. Niemand kon zo goed als Armand het moment bepalen waarop het orgaan het grootst was. Het was alsof hij het onder de vacht zag liggen terwijl het dier nog leefde.

En nu liep er een kalf rond met een prinsessennaam en roze horentjes. Een investering waarop een klein meisje nu een slachtverbod had gelegd, én ook nog een kweekverbod, waardoor er zelfs geen melk zou zijn. Lily-Rose was de grootste verliespost in zestig jaar. Ze was als een salonkat die gewoon maar mooi hoefde te zijn en nooit wat opleverde. Armand had een hekel aan dat soort dieren. Alles moest zijn prijs hebben, vond hij, en zijn opbrengst. Daarbij dacht hij weer aan Clementine.

 

Een week later stond Amélie er weer met haar verfborsteltje. Ze groette opa Armand vriendelijk en hij groette haar  kort terug. Dagenlang hadden haar woorden hem beziggehouden. Het kind had hem anders naar kalveren doen kijken. Zijn leeftijd speelde daarbij zeker een rol, en ook de dood van zijn vrouw. Zijn vader zou er boos om geweest zijn. Naar het slachthuis met dat beest, en het kind mag mee gaan kijken. Zo zou hij het hebben gezegd.

Amélie stond bij Lily-Rose die aan een paal was vastgebonden. Dat deed Armand om het begrazen van de weide netjes op te delen. Waarschijnlijk zou de beschermvrouw der kalveren dat mishandeling vinden, een prinses aan een paal. Armand hoorde zichzelf grommen. Hij was al dagen ontstemd.

Hij zag Amélie zorgzaam en liefdevol bezig met haar schilderwerk. De boer in Armand ergerde zich en vond zijn kleindochter een teer bloempje. De opa in hem voelde zich slecht bij die gedachte. Hij hoorde zijn vader en hij hoorde Clementine. En daartussen hoorde hij Amélie praten met Lily-Rose, alsof het haar vriendin was.

Praten met een koe, dat deed Armand ook wel, maar dat waren alleen praktische instructies. Kom, jongen, genoeg gegeten, dat zei hij dikwijls. Of: naar binnen, zie je dat onweer niet komen? Soms ook weleens: ferme kont, Bella. Jij bent er bijna klaar voor. Dan moest Armand luidop met zichzelf lachen en bedacht hij graag nog wat meer schunnigs.

Amélie legde een vinger op de brede, natte neus van het kalf en vroeg of ze de rozenstruiken rook. Die vraag zou Armand nooit zelf kunnen bedenken. Wat ruikt een koe, wat hoort ze? En hoe ziet ze ons met die ogen die zo ver uiteen staan? In zestig jaar had hij daar nooit over nagedacht. Hij dacht aan de grootte van de zwezerik en aan het werk van Jean-Louis.

 

Amélie had haar borsteltje uitgespoeld en het verfpotje in haar tas gestopt. Ze kwam naast opa Armand zitten en keek hem vriendelijk aan.

‘Heb je nog nagedacht over Lily-Rose, opa? Ik verjaar binnenkort.’ Armand was verbaasd over de zachtheid waarmee ze haar strategische vraag stelde.

‘Het is hier een boerderij, kindje, geen koetjesparadijs.’ Armand moest streng zijn. Hij zou zich niet laten ompraten. Anders zouden er na Lily-Rose nog prinsessenkalfjes volgen. Hij zag voor zich al een weide vol opgeschoten vaarzen zonder zwezerik.

‘Nee,’ zei Amélie rustig, ‘dat is het hier zeker niet.’ Ze stond op en wandelde naar haar fiets. Opa Armand keek zijn kleindochter na. Hij had haar weleens met luide stem terechtgewezen. Ze had hem toen lief aangekeken en zijn bevel opgevolgd: ze had opvallend beleefd haar mond gehouden. Armand wist dat hij de verliezer was, met zijn boerenlawaai.

Met een langgerekt Daaaag! fietste zijn kleindochter de dreef in, op weg naar huis. Opa Armand wist het zeker: ze was heel slim, met haar vraagjes en haar roze verfpotjes. Hij stond op en wandelde naar het geliefde kalf. De paal moest worden verplaatst zodat ze het volgende stukje weide kon afgrazen.

Voor Clementine was het slachten ook altijd moeilijk geweest, alsof ze elk kalf zelf op de wereld had gezet. Ze zou zeker partij kiezen voor Amélie, maar dan zwijgzaam, zoals ze altijd was geweest. Voor een heel zacht prijsje zou ze het kalf aan haar kleindochter verkopen en zelfs bijleggen uit haar eigen huishoudpotje. Dat wist Armand zeker.

Hij wrikte de paal los en klopte hem een eind verderop opnieuw in de grond. Lily-Rose volgde Armand aan de koord naar haar nieuwe plekje met hoog gras. Pas wanneer de paal goed vaststond, keek Armand naar het kalf. Er ging een schokje door hem heen. Hij wist meteen dat Lily-Rose zou sterven van ouderdom. Ze zou niet geslacht worden, niet nu en niet als volwassen koe.

Armand wist nu ook dat de tijd gekomen was om te stoppen met de boerderij. Jean-Louis zou niet meer op bezoek komen en de stal zou jaar na jaar leeglopen. Amélie had geen roze verf gebruikt dit keer. Het prinsessenkalf keek Armand aan, met op haar witte kop horentjes, gelakt in glanzend zwart.

 

 


 
 

Recente blogposts

Alles weergeven
De Veldheer van het abdomen

Casimir W. Dufrenne was de Veldheer van het abdomen, die ingewikkelde, goed gevulde ruimte tussen borstkas en bekken. Hij kende elk onderdeel dat er te vinden was alsof hij het zelf had gemaakt. In zi

 
 
Bloedbijl

August was druk bezig op zijn veld. Zijn groenten betekenden alles voor hem, zijn hele leven al. Zijn ouders hadden hun hele bestaan ook al gewijd aan de landbouw, net als zijn grootouders en alle gen

 
 
Taart!

Net voor zijn pensioen kwam M. tot een geweldige vaststelling: de functie die hij 42 jaar lang had uitgevoerd, was onvoorstelbaar belangrijk. Dit besluit praatte hij zichzelf aan, na die eindeloze per

 
 
bottom of page